Synopsis

De hoofdpersoon zit ‘s nachts in de trein, schuin tegenover een oude man met een vreemd, lang gezicht. Wanneer de hoofdpersoon de geschrokken blik van zijn/haar buurvrouw naar de grond volgt, valt zijn/haar oog op de half openstaande aktetas van de man. (INKTogether)

De hoofdpersoon is in verwarring door de groteske vormen van de man. Net als de vreemde man iets wil zeggen, komt de trein tot stilstand. De man stapt uit en ook de jonge moeder verlaat de trein. Onder het raam waar de hoofdpersoon zit wordt de man omsingeld door een groep jongens, aangewezen door de jonge moeder en vervolgens met messen neergestoken. De hoofdpersoon rent de trein uit, pakt de aktetas, vlucht een wachtruimte in en maakt daar, temidden van al het tumult, de tas open. (Willem)

Geld blijkt er in de aktetas te zitten. Geld, bloed en een pistool. De hoofdpersoon hevelt alles over in haar rugzak en verlaat het station. Onderweg naar buiten werpt ze een blik op de vreemde man. Hij is bebloed en bijna dood, maar nog levend genoeg om de hoofdpersoon indringend aan te kijken. Wanneer de hoofdpersoon thuis is aangekomen en door de lamellen naar buiten kijkt, blijkt een gestalte met een hip hoedje haar gevolgd te zijn… (Noortje)

De hoofdpersoon overdenkt de ingewikkelde situatie waarin hij/zij terecht is gekomen. Even wordt overwogen om ex-vriend Thom te bellen, maar dit wordt uiteindelijk niet gedaan. In plaats daarvan wordt er gerookt en nogmaals in de tas gekeken. De vrouw met het hippe hoedje is inmiddels verdwenen. De hoofdpersoon pakt het pistool en maakt het magazijn open: de houder is leeg. Op het moment dat hij/zij in het handvat iets ziet glimmen, klinkt er geschuifel bij de buitendeur. (Harold)

Er staat iemand voor de deur; voeten onderbreken een streepje licht. De hoofdpersoon doet het licht uit, stopt het papiertje ongelezen in haar broekzak en het magazijn in het pistool. Ze overweegt haar vluchtroutes en vraagt zich af wat Thom in deze situatie zou hebben gedaan. Wanneer er iemand haar appartement binnenkomt, springt ze vanaf het balkon de bosjes in en sms’t hem om hulp. (Monique)

Ze haalt het papiertje tevoorschijn, maar kan het niet lezen. Ze stopt het weg tussen haar borsten – die ze eigenlijk te groot vindt – en heeft zin in een sigaret. Ze denkt aan de situatie waarin ze verzeild is geraakt en aan haar ex-relatie met Thom. Dan sms’t Thom dat een rode taxi haar zal komen ophalen. Juist op het moment dat ze erin springt, wordt er vanaf het balkon op haar geschoten. Alleen de tas wordt geraakt. De hoofdpersoon heeft vanaf nu een naam: Suzanne. (Stans)

Het perspectief verspringt naar Victor Spilzinsky, de man met acromegalie. Hij is geopereerd aan zijn steekwonden en ligt in het ziekenhuis. Hij zegt Dr. Vellink (Thoms nieuwe vriendin) dat ‘het bewijs nu weg is’, waarna hij bijna doodgaat en toch weer bijkomt. Dr. Vellink verbied de politie zijn kamer binnen te gaan en zoekt zelf een ziekenhuisbed op om bij te slapen. Terwijl ze slaapt, gaat in de doktersjaszak haar telefoon. (Stans)

Suzanne is naar een schuiladres gebracht. Bert is direct weer vertrokken en van Thom heeft ze niets gehoord. Ze bekijkt het briefje dat in het pistool verstopt zat. Voor mijn dochter. Omdat de waarheid alle leugens vernietigt, staat erop. Plus een telefoonnummer dat geen gehoor geeft. Suzanne checkt de ruimte op afluisterapparatuur en gaat dan onder de douche. Op het moment dat ze de douchecel in stapt, komt er iemand binnen met de woorden ‘niet schrikken, ik ben het.’ (Aedin)

Het blijkt Thom te zijn. Zijn aanwezigheid maakt Suzanne nog altijd nerveus en onzeker. Ze neemt een douche en vertelt hem vervolgens alles – behalve over de tekst op het briefje. Thom zegt haar voorlopig in het huis te blijven en geen contact te hebben met wie dan ook. Ook vertelt hij dat Rita Vellink zijn nieuwe vriendin is. (Emiek)

Suzanne is totaal ondersteboven van Thoms mededeling. Eerst maken de twee ruzie, dan belanden ze bijna met elkaar in bed. Uiteindelijk gaat Thom toch niet op Suzannes verleidingspogingen in en laat haar teleurgesteld in bed achter. (Stans)

Suzanne schrikt ’s middags wakker, kijkt op Thoms telefoon hoe laat het is en ziet een sms van Rita waarin ze Thom vraagt om naar het Rezovo te komen. Suzanne gaat er in zijn plaats naartoe. Ze komt Rita tegen en doet alsof ze Spilzinski’s nichtje is. Ze vertelt Victor dat ze de het pistool, het geld en het briefje heeft. Hij vraagt haar het geld aan zijn dochter Julia te geven en overlijdt. (Stans)

Suzanne besluit de laatste wens van Spilzinski in te willigen en verlaat het ziekenhuis. Thoms auto laat ze staan; ze neemt de bus. Bij het instappen wordt ze bijna geschept door een rode taxi. Nadat ze het geld op Julia’s rekening heeft gestort, besluit ze naar Amersfoort te gaan. (Stans)

In de trein naar Amersfoort vraagt Suzanne het telefoonnummer van Spilzinski in Amersfoort op. Het adres vindt ze via de iPhone van een behulpzame medepassagier, Job van Zanten. Julia blijkt kamperen op Schiermonnikoog. Suzanne raakt in gesprek met haar moeder, die ongerust is omdat ze Julia niet kan bereiken. Suzanne besluit haar de waarheid te vertellen. (Corinne)

Julia’s moeder werkt Suzanne het huis uit wanneer man en kinderen thuiskomen. Bij de deur vertelt Suzanne dat Victor dood is en Julia misschien in gevaar. De twee spreken af om elkaar de volgende ochtend te zien. Suzanne heeft voicemails van haar moeder en van Thom. Ze belt Job om te vragen of hij een hotel in de buurt weet. Job zegt naar haar toe te komen en vraagt haar mee uit eten. (Emiek)

Suzanne vertelt Job het hele verhaal, hij raadt haar aan om de politie te bellen. Ze spreekt Thoms voicemail in. Job biedt haar een slaapplaats in de logeerkamer aan. De volgende ochtend staat Thom voor de deur en vindt er een woordenwisseling plaats. In café Hemels komt Lianne niet opdagen; Suzanne belt en krijgt te horen dat de afspraak niet doorgaat: Julia is terecht. (Corinne)

Suzanne vermomt zich als moslima en gaat terug naar Amsterdam, naar haar moeders huis. Ze wisselt het geld en ontvangt zo’n negentienhonderd euro. Haar moeder, pianolerares, ligt te slapen. Ze heeft niet lang meer te leven. Thom blijkt Suzannes zus gevraagd te hebben hem te waarschuwen als Suzanne zou opduiken. Hij is in de keuken en zegt Suzannes hulp nodig te hebben. (Corinne)

Thom wil dat Suzanne naar de begrafenis gaat, om de daders te kunnen identificeren. Suzanne stemt toe. Victors broer, Joris, is opgepakt en wordt verhoord. Suzanne vertelt Thom alles wat ze weet, ook over het briefje in het pistool. Haar moeder en zus hopen stiekem dat het weer goed komt tussen de twee. (Corinne)

De dag van de begrafenis. Thom mengt zich op het kerkhof tussen de gasten, Suzanne blijft achter in de auto. Eerst komt Job langs, die toegeeft dat Julie zijn grote liefde was en is. Vervolgens komt het meisje uit de trein aanlopen, zonder kind maar met pitbull. Suzanne springt bij een voorbij fietsende student achterop. (Martje)

In de binnenstad wordt Suzanne van de fiets gezet. Job komt aanrijden, in de auto zitten ook het meisje met de pitbull en een man met een bivakmuts. Suzanne wordt de auto in getrokken en Job wordt gedwongen om naar de Veluwe te rijden. Ze worden opgesloten in een kuil in het bos, en vinden een geheime tunnel die leidt naar de wijnkelder van Spilzinski. (Corinne)

Er verschijnt een rijzige man die Suzanne om het geld vraagt. Hij neemt hen mee naar een witte ruimte achter de wijnkelder. Een soepele Aziaat toont er zijn vechtkunsten en jaagt vooral Job de stuipen op het lijf. De man zegt de volgende ochtend een antwoord te willen en zal anders de Aziaat zijn gang laten gaan. (Stefan)

Suzanne ontdekt in de wijnkelder luiken met dichtgeverfde klemmen. Job is ondertussen vrienden geworden met Hiroshi, die ook tegen zijn wil in de kelder blijkt te zitten. Hiroshi kan de klemmen losslaan; gedrieën ontsnappen ze en gaan te voet op pad. Als ze weglopen, ziet Suzanne in het landhuis een schaduw achter een verlicht raam staan. (Martje)

De drie worden beschoten, maar niet geraakt. Hiroshi doodt de hond die op hen is losgelaten en ze komen, na een klim over een hoog hek, in een christelijk jeugdhonk terecht – met telefoon. (Martje)

Susanne belt met Laura, die haar vertelt dat hun moeder is overleden. Als verdoofd gaat ze samen met Job en Hiroshi met de bus terug naar Amsterdam. In haar moeders huis blijkt de lamp vervangen te zijn door de dode pitbull; op het lijf zit een briefje geprikt. Haar wacht hetzelfde. Het bed van haar moeder is leeg. (Stans)

Suzanne verlaat het huis. In een hotel belt ze Thom, krijgt Rita aan de telefoon en zegt dat hij een opdracht voor haar doet. Als ze onder de douche vandaan komt, wacht Rita haar op. Rita is denk dat Suzanne Thoms project is en wil haar iets injecteren. Suzanne vlucht naakt de hotelkamer uit, waar Hiroshi op haar blijkt te wachten. (Alessandra)

Hiroshi blijkt haar te zijn gevolgd. Hij is verliefd. Hij steekt de naald in Rita’s nek, waarna Suzanne haar chanteert en tegenover Hiroshi doet alsof ze Rita niet kent. Rita druipt af en Suzanne gaat in op Hiroshi’s verliefdheid, zodat hij haar zal helpen bij het vinden van Laura. (Stans)

Hiroshi is verliefd, maar vindt het geen goed moment. De twee spreken af dat Hiroshi Laura zal zoeken in het huis waaruit zij eerder ontsnapten; Suzanne wil eerst nog langs Thom. Wanneer ze het hotel uit lopen, wordt Hiroshi tegen de grond gereden door een rode taxi. (Alessandra)

Het perspectief is gewisseld naar Thom. Hij heeft met Laura afgesproken in haar moeders huis, maar ze lijkt er niet te zijn. Net als de buurvrouw begint te vertellen over de dag waarop de begrafenisauto voor Laura’s moeder kwam, arriveert Suzanne. Ze praat Thom bij en samen gaan ze het huis binnen waar Laura had moeten zijn. (Alessandra)

Ze zien de enveloppen liggen die Laura aan het schrijven was toen er iets met haar gebeurde. Thom koestert nog altijd gevoelens voor Suzanne. Hij wordt gebeld: Bert blijkt te zijn vermoord. Hij wil Suzanne uit de gevarenzone houden en stelt voor dat ze naar Amerika gaat om Julia te zoeken, samen met Job. (Marlies)

Op het vliegveld vraagt hij Job wat die zich van de gebeurtenissen kan herinneren. Vlak voor de paspoortcontrole zegt Job dat ze na de kidnapping de bus namen bij halte Harskamp. Thom ziet dat hij liegt, maar Job en Suzanne zijn al weg. Thom wordt gebeld door zijn kantoor: er is een dode vrouw gevonden. (Alessandra)

Thom identificeert het lijk als het punkmeisje uit de bende. De dode pitbull laat hij ook nakijken. Hij bezoekt het Veluwse jeugdhonk; het meisje blijkt daar te zijn geweest. Hij gaat bij het landhuis kijken en vindt Laura in de kelder waarin eerder Suzanne, Job en Hiroshi opgesloten zaten. (Stans)

Thom vraagt om versterking en ziet vanaf boven dat er twee Russen bij Laura in de kelder zijn. Als Laura weer alleen is daalt hij samen met een collega af in het gat. Ze spreken Laura aan en tikken op haar schouder, maar ze reageert ze niet. En van de Russen duikt op met een pistool. (Mirjam)

Het perspectief is gewisseld naar Joris Spilzinski. Hij heeft een mail ontvangen met foto’s van Lianne en zijn kinderen, en wil ze in veiligheid brengen. Gevolgd door een onbekende auto rijdt hij naar kantoor, waar vrouw en kinderen overstappen in een andere auto. Hijzelf blijft achter. Uit zijn bureaulade pakt hij een pistool. Er wordt aangebeld: Rita staat voor de deur. (Lilian)

Joris laat Rita binnen. Hij kent haar uit het ziekenhuis en is zeer onder de indruk van haar. Rita vertelt dat Thom kwijt is en dat ze in zijn computer heeft gekeken om hem te betrappen op overspel met Suzanne, maar toen stuitte op de Spilzinski-zaak. Ze wordt gebeld: Thom is in handen van de bad guys. Ze dreigen hem te vermoorden als Rita Suzanne niet vindt. (Marlies)

Er wordt opnieuw aangebeld en de twee vluchten via de achteruitgang, achternagezeten, een taxi in. Joris stuurt de chauffeur naar Kootwijk: wachten totdat Suzanne terug is uit Las Vegas duurt te lang; Joris heeft Thom nodig en dus moet hij direct worden gered. (Lilian)

Rita valt op Joris’ schouder in slaap. Joris krijgt een sms dat Lianne en de kinderen in veiligheid zijn. Onderweg worden ze bijna aangereden door een tegenligger: de leider van het jeugdhonk. Als de twee later richting het vakantiehuis sluipen, worden ze beschoten. Het blijken Thom en Jaap te zijn. Rita is geraakt: haar ogen zijn wijd opengesperd en er loopt bloed langs haar slaap. (Alessandra)

Thom blijkt Rita te hebben doodgeschoten. Hij is er kapot van. De taxi vertrekt. Inge komt ter plaatse en gaat samen met Joris het huis binnen, dat hij nog op zijn duimpje kent van vroeger. In zijn oude kinderkamer vinden ze een vrouw met een zak over haar hoofd: het blijkt Julia te zijn. (Stans)

Het perspectief wisselt naar Inge. Politie en versterking zijn ter plaatse. Julia wordt ondervraagd, maar kan geen nieuwe informatie geven. Joris laat Inge een kamer zien waar Laura misschien werd opgesloten; er staan krassen/tekeningen op de muur. Terug op kantoor wordt er gebeld op Thoms telefoon: in het Rezovo vraagt een Japanner naar hem. (Alessandra)

Inge overdenkt de situatie, stuurt een bericht naar Suzanne om te vertellen dat ze terugkomen moet, zoekt dan op internet naar Lianne; ze blijkt als naaktmodel te hebben gewerkt. Jaap vertelt dat Thom op het punt staat om naar de US te vliegen. En er is iemand met het uiterlijk van Laura gevonden, verward wandelend langs de A7. (Lilian)

De vrouw blijkt inderdaad Laura te zijn. Ze noemt de naam Suzanne, maar is verder labiel, verward en in zichzelf gekeerd. Na een sessie met een psychiater zet ze vier streepjes en een horizontale streep erdoorheen op papier, wat ook in het landhuis op de muur te zien was. Bij thuiskomt valt er bij Inge een kwartje. Heeft Thom meer met de misdrijven van doen? (Lilian)

Inge heeft overleg met Jaap. Ze heeft besloten om hem niet over haar verdenkingen te vertellen. Jaap heeft met Hiroshi gesproken; Victor blijkt veel geld te hebben verdiend met onroerend goed en kreeg daardoor de beruchte groep achter zich aan. Jaap heeft ook ontdekt dat Thom al langer onderzoek deed naar de Spilzinki’s. Inge gaat stiekem kijken in Thoms appartement. (Lilian)

Inge gaat Thoms appartement binnen. Ze wordt erop aangesproken door een argwanende buurman. Na lang zoeken stuit ze onder het matras op een envelop, daarin foto’s van een jongere Lianne, het geboortebewijs van Julia (opgegeven vader: Joris) en een foto van Thom met een jong meisje met speelgoedhond op zijn schoot. Het meisje lijkt sprekend op hem. Zou Julia zijn dochter kunnen zijn? (Alessandra)

Terug bij Suzanne. Ze zit met Thom in het vliegtuig; de twee zijn de avond ervoor weer samen geweest. Thom zegt dat Job wist dat Julia niet in de US kon zijn. En hij vraagt Suzanne om het rekeningnummer van de Russische bank. Bij de douane wordt hij door politieagenten meegenomen. Inge brengt Suzanne naar het appartement waar ze al eerder voor de veiligheid zat. (Stans)

Suzanne wordt verhoord door Inge, die haar vraagt naar Thoms vrienden en familie. Suzanne realiseert zich daar niets over te weten (ouders dood, vrienden onbekend). Daarna mag ze de verzwakte Laura op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis bezoeken. In hetzelfde ziekenhuis neemt Inge haar mee naar Hiroshi. Er blijkt nog iemand te zijn: Job. (Alessandra)

Suzanne is niet blij om Job te zien, maar Inge wil met Hiroshi praten, dus de twee gaan samen koffiedrinken. Job zegt dat hij direct terug moest komen uit de VS om Julia in veiligheid te brengen. Suzanne vraagt zich af wie ze kan vertrouwen. Dan komt Inge haar plotseling halen: de auto van Joris Spilzinski is uitgebrand (twee lichamen) en Thom is vermist. (Alessandra)

Met Suzanne in de auto scheurt Inge naar de plaats delict. Onderweg stelt Suzanne vragen over Thom. Inge vertelt dat Thom in het verleden samen is geweest met Lianne en waarschijnlijk de vader is van Julia. Als Inge naar de uitgebrande auto en de lijken gaat kijken, vindt Suzanne in Inges tas de foto van Thom, Lianne en Julia, en Thoms telefoon. (Stans)

Met moeite krijgt Suzanne voor elkaar dat Inge haar naar het huis van haar overleden moeder brengt. Ze overdenkt er haar situatie, maakt er schoon en belt naar Lianne, krijgt Julia aan de telefoon, zegt haar dat ze elkaar moeten spreken. Julia twijfelt. Als er wordt aangebeld staat Thom voor de deur met Theo, de eigenaar van het Veluwse jeugdhonk. (Alessandra)

De twee werken zich het huis binnen; Suzanne dreigt met een vaas. Het is ze om het geld te doen. Op het moment dat Suzanne Thom confronteert met de foto van hem en Julia, arriveert Jaap. Hij slaat Thom neer, waarna Thom en Theo vluchten, inclusief foto. Als Suzanne en Jaap alleen zijn, haalt Jaap een pistool uit zijn zak en vraagt om het rekeningnummer. (Sander)

Suzanne gooit hete thee in Jaaps gezicht en pakt het pistool af, neemt hem onder schot. Zo komt ze te weten dat Thom niet de vader van Julia is, maar Jaap. Inge belt op Jaaps mobiel en vertelt dat de twee lichamen in de uitgebrande auto die van Joris en Lianne zijn. Suzanne sluit Jaap op in de kelder, ziet dan een silhouet bij de deur. (Alessandra)

Suzanne vlucht via de achtertuin, maar komt in het huis van de buurvrouw Thom tegen. Hij vertelt haar dat Jaap het lek in de organisatie is en dat Suzanne indirect Rita’s dood veroorzaakt heeft. Ze stemt toe om mee te gaan naar de bank en het geld over te maken op een andere rekening. Als ze Thom erna vertelt over de dood van Joris en Lianne, duikt Jaap plotseling weer op. (Stans)

Thom is ingestort door het nieuws; Jaap sleept hem mee het beeld uit. Suzanne ziet de auto van Theo verschijnen en overdenkt de hele situatie nog eens, vraagt zich af elke rol Thom, Jaap en Theo spelen. Ze gaat terug de bank binnen en regelt iets met de vrouw achter de balie. Na een uur arriveert Julia. (Alessandra)

De slotscene vindt plaats op een eiland. Suzanne, Julia en Laura zijn er, en Job en Hiroshi. Suzanne en Julia hebben ervoor gezorgd dat het geld is teruggestort op Julia’s rekening. Emma en Bas zijn naar een internationale school. Suzanne heeft de politie een anonieme tip gegeven en volgt via internet hoe de bende wordt opgerold. Job en Julia hebben elkaar gevonden; Laura kan het goed vinden met Hiroshi en Suzanne, die flirt met de man achter het strandbarretje.